-

Over payroll services

Wet tot hervorming van de personenbelasting gepubliceerd

De wet van 15 juli 2026 tot hervorming van de personenbelasting werd op 29 juli 2026 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

Wij verwijzen naar ons artikel d.d. 23 juli 2026.

Wij zetten de wijzigingen nog eens op een rij voor jullie.

Wijzigingen

Op een aantal overuren met wettelijke overwerktoeslag is een fiscaal gunstregime van toepassing voor zowel de werknemer (belastingvermindering) als de werkgever (fiscale vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing).

De wet legt het contingent nu voor alle sectoren permanent vast op 180 overuren per jaar en per werknemer en dit retroactief vanaf 1 januari 2026.

De verhoging tot 360 uren in de horeca blijft van toepassing.

Het systeem van de vrijwillige overuren werd op 1 april 2026 uitgebreid.

Werknemers kunnen voortaan maximum 240 netto vrijwillige overuren presteren (in plaats van 120).

Daarnaast kunnen maximum 120 fiscaalvriendelijke overuren met toeslag verricht worden, wat het totaal op maximum 360 vrijwillige overuren per jaar brengt.

In de horecasector werd het aantal van 360 vrijwillige overuren zelfs verhoogd tot 450 uren.

De wet tot hervorming van de personenbelasting stelt deze 240 netto vrijwillige overuren nu expliciet vrij van bedrijfsvoorheffing en inkomstenbelastingen.

Voortaan wordt ook expliciet in de wet verankerd dat de vrijstelling enkel kan worden verleend wanneer voor de overuren geen overloon werd toegekend.

Vanaf inkomstenjaar 2026 mag het totaal aan forfaitair geraamde voordelen van alle aard niet meer dan 20% van de toegekende bezoldigingen bedragen.

Meer informatie over de voordelen waarover het gaat en de sanctie wanneer deze 20% grens overschreden wordt, lees je in ons artikel d.d. 13 april 2026.

De belastingvrije som zal gefaseerd over vijf jaar verhogen van 10.910 EUR in inkomstenjaar 2026 naar 15.600 EUR (geïndexeerde bedragen) in inkomstenjaar 2030. Hierdoor wordt een groter deel van het inkomen vrijgesteld van belasting, wat resulteert in een hoger nettoloon.

Deze maatregel is gericht op personen met beroepsinkomsten.

Voor gepensioneerden en personen met vervangingsinkomsten wordt het effect van de verhoging gecompenseerd door een verlaging van de belastingvermindering waarop zij recht hebben.

De toeslagen op de belastingvrije som voor één of twee kinderen ten laste worden vanaf inkomstenjaar 2026 over vier jaar verhoogd. Vanaf inkomstenjaar 2029 wordt de toeslag per kind voor gezinnen met één of twee kinderen volledig gelijkgetrokken.

De toeslagen voor drie of meer kinderen ten laste worden daarentegen niet verhoogd en blijven ongewijzigd vanaf inkomstenjaar 2026.

Met deze maatregelen wil de regering het stelsel van de belastingvrije som moderniseren en kinderen gelijker behandelen, in lijn met de huidige realiteit van kleinere, eenouder- en nieuw samengestelde gezinnen.

Daarnaast wordt de bijkomende toeslag op de belastingvrije som voor alleenstaande ouders vanaf inkomstenjaar 2029 enkel nog toegekend aan werkelijk alleenstaande ouders. Feitelijk samenwonende ouders zullen niet langer in aanmerking komen voor deze bijkomende fiscale ondersteuning.

Het huwelijksquotiënt wordt vanaf inkomstenjaar 2026 geleidelijk afgebouwd, met als doel een halvering van het voordeel na vier jaar. Deze maatregel kadert eveneens in een modernisering van de fiscaliteit aangezien er vandaag meer tweeverdieners zijn dan gezinnen met slechts één kostwinner.

Voor gepensioneerden en oudere belastingplichtigen wordt in een uitdoofscenario van bijna twintig jaar voorzien.

Het huwelijksquotiënt is een fiscale maatregel die bedoeld is om de belastingdruk te verlichten voor koppels waarbij één partner weinig of geen beroepsinkomen heeft. Het mechanisme zorgt ervoor dat 30% van het beroepsinkomen van de verdienende partner fiscaal wordt toegerekend aan de partner met weinig of geen inkomen.

Het fiscaal gunstregime voor auteursrechten wordt vanaf inkomstenjaar 2026 opnieuw opengesteld voor schrijvers van computerprogramma’s, mits strikte voorwaarden.

Sinds 2024 konden zij geen beroep meer doen op de maatregel na een uitspraak van het Grondwettelijk Hof.

De wet versterkt de fiscale werkbonus voor werknemers met een laag loon. Deze maatregel moet werken financieel aantrekkelijker maken en kadert in de ambitie van de regering om het verschil tussen een loon en een vervangingsinkomen te vergroten.

Concreet gaat het om de volgende verhoging:

  • Inkomstenjaar 2025

    • 33,14% Luik A (lage lonen)

    • 52,54% Luik B (zeer lage lonen)

  • Inkomstenjaar 2026

    • 33,14% Luik A (lage lonen)

    • 63% Luik B (zeer lage lonen)

  • Inkomstenjaar 2028

    • 35% Luik A (lage lonen)

    • 72% Luik B (zeer lage lonen)

De wet voorziet ook in specifieke regels voor doctoraatsbeurzen. Zo tellen deze vanaf inkomstenjaar 2026 mee als bestaansmiddel voor personen ten laste. Daarnaast worden doctoraatsbursalen in bepaalde gevallen voortaan fiscaal als alleenstaanden behandeld, ook wanneer zij gehuwd of wettelijk samenwonend zijn.

Hierdoor zullen doctoraatsbursalen vaker niet langer fiscaal ten laste zijn en kunnen zij bepaalde fiscale voordelen, zoals het huwelijksquotiënt, verliezen.

Vanaf inkomstenjaar 2026 stijgt de vereiste minimumbezoldiging voor bedrijfsleiders van kleine vennootschappen van 45.000 EUR naar ongeveer 50.000 EUR om van het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting te kunnen genieten.

De minimumleeftijd om in aanmerking te komen voor het gunstige belastingtarief voor jonge sporters wordt vanaf inkomstenjaar 2026 verlaagd van 16 naar 15 jaar.

Zelfstandigen en meewerkende echtgenoten zijn vanaf inkomstenjaar 2026 niet langer verplicht om voorafbetalingen te doen en riskeren dus geen belastingvermeerdering meer.

Wie toch voorafbetalingen doet, kan een bonificatie krijgen.

Voor bedrijfsleiders blijft de verplichting tot voorafbetalen behouden.

Vanaf inkomstenjaar 2028 wordt deze bijdrage niet langer per gezin maar individueel berekend. Tegelijk worden de tarieven aangepast zodat de maximale bijdrage geleidelijk kan worden gehalveerd

Gepensioneerden die als werknemer actief blijven, worden vanaf inkomstenjaar 2027 belast aan een afzonderlijk tarief van 33% op hun loon. Voor deze inkomsten geldt geen belastingvermindering voor overwerk. Zelfstandigen en bedrijfsleiders vallen niet onder deze regeling

Het leefloon wordt vanaf inkomstenjaar 2026 belastbaar als een vervangingsinkomen. Voor gezinnen met kinderen ten laste wordt voorzien in een overgangsregeling om nadelige gevolgen te beperken

De belastingvermindering voor werkloosheidsuitkeringen wordt vanaf inkomstenjaar 2026 geleidelijk afgebouwd en verdwijnt uiteindelijk volledig. Voor pensioenen wordt de vermindering beperkt voor hogere inkomens.

Vanaf inkomstenjaar 2027 kunnen zelfstandigen een eerste schijf van hun winsten en baten gedeeltelijk vrijstellen van belasting via een nieuwe ondernemersaftrek.

Bron: Wet van 15 juli 2026 tot hervorming van de personenbelasting,Belgisch Staatsblad 29 juli 2026

Gerelateerd nieuws

Toon alle
Ben je graag mee met wat er bij Daenens Payroll Services leeft?
Laat je e-mailadres dan achter en we delen ons nieuws met je.
We houden je op de hoogte!

We houden je op de hoogte!

Bedankt voor je inschrijving op onze nuttige en fijne nieuwsbrief.

We houden je vanaf nu graag op de hoogte van wat reilt en zeilt binnen Daenens Payroll Services.