Over payroll services
Forfaitair geraamde voordelen alle aard voortaan geplafonneerd tot 20% van jaarloon
De regering wil de fiscale druk op het brutoloon van werknemers en bedrijfsleiders verlagen door het gebruik van voordelen alle aard te beperken. In het nieuwe wetsontwerp rond de hervorming van de personenbelasting (dat nog moet worden gepubliceerd) wordt voorzien dat vanaf inkomstenjaar 2026 het totaal aan forfaitair geraamde voordelen alle aard niet meer dan 20% van de toegekende bezoldigingen mag bedragen.
Invoering van de 20%-regel
Om te voorkomen dat een te groot deel van de verloning wordt toegekend in de vorm van voordelen alle aard, wil de federale regering een fiscale rem invoeren. Meer bepaald zullen forfaitair geraamde voordelen alle aard fiscaal worden ontmoedigd wanneer ze meer dan 20% bedragen van de totale belastbare bezoldigingen van werknemers of bedrijfsleiders tijdens het belastbare tijdperk.
Met deze maatregel wil men werkgevers aanzetten tot een evenwichtiger verloningsbeleid, waarbij een groter deel van de vergoeding opnieuw als klassiek loon wordt toegekend.
Berekeningswijze
De beoordeling van deze 20%-regel zal niet op individueel niveau gebeuren, maar globaal per categorie: enerzijds voor de werknemers en anderzijds voor de bedrijfsleiders.
Voor werknemers wordt gekeken naar de verhouding tussen de forfaitair vastgestelde voordelen alle aard en het totaal van hun belastbare bezoldigingen.
Voor bedrijfsleiders gebeurt een gelijkaardige berekening, maar afzonderlijk van die van de werknemers.
Voordelen alle aard
Enkel de forfaitair geraamde voordelen alle aard worden in rekening gebracht. Het gaat bijvoorbeeld om voordelen zoals een bedrijfswagen, goedkope leningen of gratis of voordelige huisvesting.
Bepaalde voordelen worden uitdrukkelijk buiten beschouwing gelaten, zoals de vrijgestelde sociale voordelen. Denk hierbij onder meer aan maaltijdcheques, eco- en sport- of cultuurcheques, voor zover aan de wettelijke voorwaarden is voldaan.
Sanctie bij overschrijding
Wanneer de 20%-grens wordt overschreden, wordt een afzonderlijke belasting van 7,5% toegepast op het gedeelte van de voordelen dat als buitensporig wordt beschouwd.
In de personenbelasting geldt deze heffing voor werkgevers of vrije beroepsbeoefenaars die dergelijke voordelen toekennen aan werknemers. Deze belasting is bovendien niet fiscaal aftrekbaar.
In de vennootschapsbelasting wordt eveneens een afzonderlijke aanslag van 7,5% voorzien op de bovenmatige voordelen die aan werknemers worden toegekend. Indien dergelijke voordelen worden toegekend aan bedrijfsleiders, kan dit bovendien leiden tot het verlies van het verlaagd vennootschapstarief.
Voor verenigingen die onder de rechtspersonenbelasting vallen, wordt een gelijkaardige heffing van 7,5% toegepast wanneer er sprake is van bovenmatige voordelen alle aard voor zowel werknemers als bedrijfsleiders.
Let wel: deze regeling is gebaseerd op ontwerpwetgeving en kan dus nog wijzigen.
Bron: Art. 76 - 88 van wetsontwerp van 17 december 2025 tot hervorming van de personenbelasting (DOC 56 1243/001).
Gerelateerd nieuws
Toon alleBlijf op de hoogte
Ben je graag mee met wat er bij Daenens Payroll Services leeft?Laat je e-mailadres dan achter en we delen ons nieuws met je.