Over payroll services, Tewerkstellingsmaatregelen
Ploegenarbeid-bis: overgangsmaatregel voor vrijstelling van bedrijfsvoorheffing
Sinds het voorjaar van 2024 kunnen werkgevers gebruikmaken van de regeling "ploegenarbeid-bis", een variant op de klassieke vrijstelling voor ploegenarbeid. Deze regeling is bedoeld voor bedrijven waar de ploegomvang niet altijd gelijk is, maar die toch in aanmerking willen komen voor het belastingvoordeel.
Waarom een bis-variant?
Om recht te hebben op de belastingvrijstelling voor ploegenarbeid, moet er aan verschillende voorwaarden worden voldaan:
Minstens 2 ploegen van minstens 2 werknemers per dag
Ploegen doen hetzelfde werk, qua inhoud en qua omvang
Ploegen volgen elkander op zonder onderbreking of een onderbreking van maximaal 15 minuten
Er is geen overlapping tussen de opeenvolgende ploegen van meer dan ¼ van de dagtaak.
Er moet een ploegenpremie worden toegekend van minstens 2%
Over die "gelijke omvang" bestond jarenlang onduidelijkheid.
Na een arrest van het Grondwettelijk Hof (8 februari 2024) werd het wettelijk bevestigd dat de vrijstelling enkel van toepassing is als ploegen qua inhoud en omvang identiek zijn.
Om te vermijden dat veel werkgevers niet meer in aanmerking zouden komen voor deze vrijstelling, werd in mei 2024 de "ploegenarbeid-bis"-regeling ingevoerd.
Bij de bis-variant mag er een verschil zijn in die omvang, al zal dat verschil leiden tot een vermindering van het toe te passen bedrag aan vrijstelling van doorstorting.
De vrijstelling wordt in dat geval berekend op basis van een correctiefactor. Dit betekent dat het belastingvoordeel verlaagt naarmate het verschil in ploegomvang groter is.
De berekening van de correctiefactor is gebaseerd op de “omvang van een ploeg”. Er bestaat geen definitie van wat onder “omvang van een ploeg” verstaan wordt maar de omvang kan o.a. gemeten worden via de productie-output, het aantal werknemers (FTE), het aantal gewerkte uren, …
Voorbeeld berekening van de correctiefactor :
In ons voorbeeld gaat het over een onderneming met 3 opeenvolgende ploegen. Zij hebben de volgende output:
Ploeg 1 | Ploeg 2 | Ploeg 3 | |
|---|---|---|---|
Dag 1 | 60 | 40 | 40 |
Dag 2 | 20 | 10 | 30 |
Stap 1 : bepalen van de maximale vrijstelling.
Dat is 22,8% (25% bij volcontinu) van de belastbare bezoldigingen van de werknemers die de 1/3e norm halen, beperkt tot de totaal verschuldigde bedrijfsvoorheffing.
Stap 2 : berekenen van het verschil tussen de ploegen.
Het verschil tussen elke ploeg en de kleinste ploeg in het regime van die dag moet berekend worden.
Verschil op dag 1: 20/140
1. Bepalen “kleinste” ploeg = ploeg 2 of 3 (40 eenheden) à kies 1 ploeg (bv. ploeg 3 is “kleinste” ploeg)
2. Verschil berekenen tussen ploeg 1 & ploeg 3 EN ploeg 2 & ploeg 3
Ploeg 1: 60-40 = 20
Ploeg 2: 40-40 = 0
Totaal verschil: 20
3. Bereken totale productie
Ploeg 1: 60
Ploeg 2 & 3: 40+40 = 80
Totale productie: 140
Verschil op dag 2: 30/60
4. Bepalen “kleinste” ploeg = ploeg 2 (10 eenheden)
5. Verschil berekenen tussen ploeg 1 & ploeg 2 EN ploeg 3 & ploeg 2
Ploeg 1: 20-10 = 10
Ploeg 3: 30-10 = 20
Totaal verschil: 30
6. Bereken totale productie
Ploeg 1: 20
Ploeg 2: 10
Ploeg 3: 30
Totale productie: 60
Stap 3 : berekenen van de afwijking op het totaal
Vervolgens tellen we die verschillen op om de afwijking op het totaal te berekenen.
Afwijking op totaal berekenen = (Verschil dag 1 + verschil dag 2) / (productie dag 1 + productie dag 2) = (20 + 30) / (140 + 60) = 50/200 = 25%
De correctiefactor is 25% en dit percentage wordt afgetrokken van het bedrag van de vrijstelling “ploegenarbeid klassiek”
Dubbele toepassing van de correctiefactor
Bovendien wijst de circulaire erop dat, in de bis-variant, de correctiefactor moet worden toegepast:
zowel op het percentage van 22,8% of 25% van de in aanmerking genomen bezoldigingen;
als op het bedrag van de bedrijfsvoorheffing die wordt ingehouden op die bezoldigingen.
De belastingvrijstelling moet dan worden beperkt tot het laagste van deze twee bedragen.
Tolerantie van 10% afwijking toegestaan
kiezen en niet voor de variant ploegenarbeid-bis.
De fiscus verduidelijkt in de circulaire dat een verschil in omvang van het werk van de opeenvolgende ploegen van 10% getolereerd zal worden.
Dit verschil moet dag per dag en per ploegenstelsel als volgt berekend worden:
(aantal leden grootste ploeg – aantal leden kleinste ploeg) / aantal leden grootste ploeg
Let op deze berekeningswijze wijkt af van de berekening van de correctiefactor!
Indien de afwijking groter is, kan de onderneming nog aantonen dat dit het gevolg is van omstandigheden buiten haar wil (bv. ziekte, ongeval). Zo niet, dan geldt de bis-variant voor de volledige maand.
Klassieke regeling of bis-variant?
Als werkgever kies je per maand en per ploegensysteem welke regeling je toepast. Meerdere systemen binnen één onderneming kunnen dus tegelijk onder verschillende varianten vallen.
Wel gelden er belangrijke beperkingen:
Voor de één derde-norm (de werknemer moet minstens 1/3 van de maand in ploegen werken), mag je prestaties onder verschillende stelsels niet combineren.
Uitzondering: prestaties binnen twee klassieke of twee bis-stelsels mogen wel gecombineerd worden.
Je mag per werknemer slechts één vrijstellingsstelsel per maand toepassen.
Belang van goede documentatie
De fiscus voert regelmatig controles uit op de correcte toepassing van de verschillende vrijstellingen van doorstorting van BV.
Het is dan ook cruciaal om als werkgever :
Maandelijks te beoordelen welk ploegensysteem aan welke regeling voldoet.
De juiste correctiefactor toe te passen.
De beoordeling van de omvang te documenteren.
Te vermijden dat ploegen kunstmatig worden opgesplitst om te voldoen aan de regels.
Indien van toepassing : duidelijke afspraken te maken met eventuele uitzendkantoren.
De bis-regeling kan ook vrijwillig toegepast worden op alle ploegenstelsels, zelfs op stelsels die strikt genomen onder de klassieke regeling vallen. Dit kan handig zijn bij werknemers die afwisselend in meerdere systemen werken.
Overgangsmaatregel tot eind 2026
Dankzij dit wetsvoorstel is de vrijstelling geen alles-of-niets-verhaal meer, maar telt het verschil in omvang mee. Tot eind 2026 kun je dus nog steeds de gedeeltelijke vrijstelling genieten voor ongelijke ploegen.
Deze alternatieve methode is met terugwerkende kracht van toepassing vanaf 1 januari 2021.
Wat verwachten wij van onze werkgevers?
Teneinde de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing op de juiste manier te kunnen berekenen, vragen wij aan onze werkgevers om maandelijks aan zijn/haar dossierbeheerder de nodige gegevens te bezorgen.
Gerelateerd nieuws
Toon alleBlijf op de hoogte
Ben je graag mee met wat er bij Daenens Payroll Services leeft?Laat je e-mailadres dan achter en we delen ons nieuws met je.