-

Bedrijfsvoorheffing

Wijzigingen in de berekening van de bedrijfsvoorheffing vanaf 1 november 2026

Op 2 oktober 2026 werd het koninklijk besluit van 27 september 2026 tot wijziging van de bedrijfsvoorheffing gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

Hierdoor worden vanaf 1 november 2026 een aantal wijzigingen ingevoerd in de berekening van de bedrijfsvoorheffing.

De wijzigingen zullen een effect hebben op het nettoloon van werknemers en bedrijfsleiders. De gevolgen kunnen zowel positief als negatief zijn, afhankelijk van de gezinssituatie van de betrokkene en het aantal personen ten laste.

Wij zetten hieronder de voornaamste wijzigingen op een rijtje.

1. De verhoging van de belastingvrije som

Een van de wijzigingen is de stapsgewijze verhoging van de belastingvrije som. De eerste fase gaat al in vanaf het inkomstenjaar 2026. De belastingvrije som stijgt namelijk van 11.170 EUR naar 11.550 EUR per jaar. Ook de regels voor de bedrijfsvoorheffing werden hierop afgestemd.

Voor lonen die effectief worden uitbetaald tussen 1 november en 31 december 2026, wordt al rekening gehouden met deze verhoging. Hierdoor daalt de verschuldigde maandelijkse bedrijfsvoorheffing in november en december met 8,47 EUR, op voorwaarde dat het jaarequivalent van het maandloon hoger ligt dan de belastingvrije som.

2. De tijdelijke bevriezing van de toeslagen voor personen ten laste

Met deze hervorming wil de regering het fiscale voordeel voor kinderen ten laste gelijkmatiger verdelen. Hiervoor wijzigen de toeslagen en belastingvrije sommen voor één en twee kinderen ten laste.

De toeslagen voor drie of meer kinderen wijzigen niet, maar worden tijdelijk bevroren op het niveau van de indexering voor het inkomstenjaar 2025. Gedurende de eerste maanden van 2026 werd echter al rekening gehouden met de geïndexeerde bedragen, waardoor de toeslagen vanaf november 2026 zullen dalen.

3. De afbouw van het huwelijksquotiënt

Het huwelijksquotiënt zorgt onder bepaalde voorwaarden voor een lagere bedrijfsvoorheffing bij gehuwde en wettelijk samenwonende werknemers van wie de partner geen of slechts een beperkt beroepsinkomen heeft.

Hierbij wordt een deel van de beroepsinkomsten van de partner met het hoogste inkomen toegekend aan de andere partner. Dat deel wordt afzonderlijk belast alsof het een eigen inkomen van die partner is. Het toegewezen deel bedraagt maximaal 30% van de gezamenlijke beroepsinkomsten, met inachtneming van een maximumbedrag.

Het percentage van 30% blijft behouden, maar het maximumbedrag dat aan de partner kan worden toegewezen, wordt vanaf 1 november 2026 verlaagd. Voortaan gelden twee plafonds:

  • 12.790 EUR als zowel de werknemer als de partner op 1 januari van het volgende jaar minstens 66 jaar oud zijn;

  • 11.780 EUR in alle andere situaties.

4. Wijziging van de lijst van gehuwden en wettelijk samenwonenden die voor de bedrijfsvoorheffing als alleenstaanden worden behandeld

In bepaalde situaties worden gehuwde en wettelijk samenwonende werknemers voor de berekening van de bedrijfsvoorheffing behandeld als alleenstaanden.

Voor lonen die vanaf 1 november 2026 worden uitbetaald, worden de situaties waarin dit het geval is, aangepast. Voortaan worden onder andere doctoraatsstudenten met een beurs die hoger ligt dan de belastingvrije som als alleenstaanden beschouwd.

Bron: Koninklijk besluit van 27 september 2026 tot wijziging van de bedrijfsvoorheffing, Belgisch Staatsblad van 2 oktober 2026.

Gerelateerd nieuws

Toon alle
Ben je graag mee met wat er bij Daenens Payroll Services leeft?
Laat je e-mailadres dan achter en we delen ons nieuws met je.
We houden je op de hoogte!

We houden je op de hoogte!

Bedankt voor je inschrijving op onze nuttige en fijne nieuwsbrief.

We houden je vanaf nu graag op de hoogte van wat reilt en zeilt binnen Daenens Payroll Services.